/* COOKIE CONSENT */ /* LENIS SCROLL */

Bewoners kiezen mee waar er meer groen komt

Datum
13/7/26
Geschreven door
Stad Gent
Categorie
News

Heel vaak weten bewoners het best wat hun buurt nodig heeft. In 3 Gentse pilootwijken vroegen we hen welke plekken ze graag groener wilden zien. Resultaat: de komende maanden gaan we op 20 locaties aan de slag met hun ideeën, van extra bomen tot heringerichte pleintjes.

Aan het begin van het project selecteerde de Stad Gent in pilootwijken Ledeberg, Sluizeken-Tolhuis-Ham en de Ottergemsesteenweg verschillende straten, pleinen en speelplaatsen die een groene make-over zouden krijgen.

Tegelijk verzamelden we suggesties die bewoners ons eerder al via verschillende kanalen hadden bezorgd: spontane meldingen aan stadsdiensten zoals de Groendienst en de Wegendienst, inzichten uit bewonersoverleggen rond stadsvernieuwingsprojecten, en voorstellen van bewonersgroepen die actief rond groen werken, bijvoorbeeld in het kader van het wijkbudget. Bij dat laatste krijgen bewoners centen om hun ideeën effectief ook uit te voeren.

Om ook de stemmen te horen van mensen die meestal niet deelnemen aan klassieke participatietrajecten, gingen we in gesprek met wijkpartners en verenigingen die werken met specifieke doelgroepen. Zij gaven inzicht in wat hun achterban belangrijk vindt bij  de uiteindelijke keuze van vergroeningsprojecten.

Van lange lijst naar weloverwogen keuzes

Het overzicht van alle suggesties brachten we in kaart op het participatieplatform van de Stad Gent (Ledeberg, Ottergemsesteenweg, Sluizeken-Tolhuis-Ham). Het werd een omvangrijke lijst die we omwille van beperkte middelen stevig moesten inkorten. Om weloverwogen keuzes te kunnen maken, ontwikkelden we een afwegingskader waarmee we alle locaties konden beoordelen.

Een eerste, doorslaggevende stap in dat afwegingskader is de technische haalbaarheid van een idee. Sommige voorstellen vallen af omdat ze niet uitvoerbaar zijn. Zo kunnen er ondergrondse kabels en leidingen liggen, kan ontharden of vergroenen de toegankelijkheid voor hulpdiensten in het gedrang brengen of is de te ontharden oppervlakte niet groot genoeg om er kwalitatief groen te kunnen planten.

Voor de locaties die deze eerste toets doorstaan, brengen we de ruimtelijke en sociale context in kaart. Waar is de nood aan klimaatadaptieve ingrepen voor hittestress of wateroverlast het grootst? En kunnen we ontharding en vergroening combineren met andere functies, zoals ontmoeting, spel of duurzame mobiliteit? Daarnaast houden we rekening met de bestaande toegang tot groen voor de omwonenden én de aanwezigheid van sociale infrastructuur of lokale actoren die een plek kunnen helpen dragen en activeren.

Deze dubbele benadering – technisch én contextueel – laat toe om keuzes te maken die niet alleen haalbaar, maar ook betekenisvol en toekomstgericht zijn.

Van selectie naar realisatie

Vandaag blijft er voor elke wijk een goed doordachte selectie van plekken om te vergroenen over. Die variëren van relatief kleine ingrepen, zoals extra plantvakken, tot meer ingrijpende herinrichtingen van de openbare ruimte.

Een aantal van die plekken springt nu al in het oog. In Sluizeken-Tolhuis-Ham is dat onder meer het pleintje voor de Heilig Kerstkerk aan de Sleepstraat. In Ledeberg kijken we onder andere naar de omgeving van het Dienstencentrum en het Onze-Lieve-Vrouwcollege als kansrijke plekken voor een zichtbare en betekenisvolle ingreep.

De verschillende projecten voeren we uit tegen het einde van Rewild the City, eind 2027. Waar dat zinvol is, vragen we bewoners om input voor het ontwerp of breken we samen met hen de kasseien uit. Op die manier zorgen we ervoor dat de uiteindelijke realisaties aansluiten bij de noden en verwachtingen van de buurt én zorgen we meteen voor een gevoel van eigenaarschap bij de buren.